Uitwisselen over hoe gemeenschapskracht gezondheid versterkt

Het is 12 maart. Een druilerige ochtend, zoals ochtenden in Nederland druilerig kunnen zijn. In jongerencentrum De Keet zit een reisgezelschap uit Singapore. Ze zijn hier om te horen hoe er sinds eind 2022 intensief gewerkt wordt aan community building vanuit de principes van Asset Based Community Development (ABCD) in Kerkelanden. Dat gebeurt met een team van bewoners, community builders, onderzoekers en een supportteam. Een aantal teamleden vertelt vandaag wat we doen en op welke manieren we proberen de impact van ons werk te onderzoeken.

Het gezelschap uit Singapore bestaat uit medici, ze zijn allen actief rondom gezondheid. Het gaat in het voorstelrondje al snel over ‘lenzen’ als manier om naar wijken en gemeenschappen te kijken. Maar ook naar de gezondheid van bepaalde groepen mensen. Het reisgezelschap is erg benieuwd naar Europese inzichten rondom gemeenschapskracht en gezondheid.

Publieke gezondheid

Na een warm welkom door Joop Hofman, start opbouwwerker Katinka Boot de presentatie. Ze vertelt over Kerkelanden. Over wie er leven en wat er zoal speelt. Over de relatie tussen social prescriptions (welzijn op recept) en community building en het denken vanuit Positieve gezondheid. Dat vraagt een brede blik op gezondheid. Het gaat niet om het genezen van individuele ziektegevallen, maar om werken aan publieke gezondheid.  Sterke netwerken helpen daarbij. Onderzoeker Anton Boonen vertelt over het project. Over de impact van community building vanuit de principes van ABCD op het samenleven in de buurt en gemeenschapskracht. Op de mate waarin bewoners zelf regie (eigenaarschap en zeggenschap) nemen en vormgeven. Katinka vertelt wat meer over ABCD. Dat kijkt niet naar wat mensen medisch gezien mankeert, maar probeert te ontdekken wat mensen, zelf en samen, te bieden hebben. Wat ze energie geeft.

Buurtbakkies

Anton licht het concept van Buurtbakkies toe. Een instrument om mensen uit te nodigen om samen te komen in hun eigen buurt. Daar ontstaan verbindingen en relaties tussen mensen. Wie er in de buurt wonen en wat ze willen bijdragen, wordt bijgehouden in notitieboekjes, op vlaggetjes geschreven door bewoners en doorverteld in verhalen. Gemeenschappen vormen zich door feestjes, samen eten, maar ook rondom thema’s die mensen bezighouden. Als Katinka een toverstokje had, zou ze de relatie met het systeem graag veranderen. Dat verhoudt zich moeilijk tot de vertrekpunten van ABCD. Instituties zijn leidend en houden vast aan regels en procedures, wat processen soms vertraagt of frustreert. Ze kunnen ook niet altijd aansluiten bij het tempo van de buurt. Drie maanden is voor een gemeente een korte tijd, maar voor bewoners soms een reden om af te haken.

Het leven van alledag

Kees Fortuin vormt met Birgit Oelkers en Eelco Visser het supportteam. Kees vertelt over iets wat cruciaal is bij ABCD: dat van het een, altijd weer het ander komt. Beleidsmakers onderschatten wat mensen voor elkaar doen. Omdat mensen dat vanzelfsprekend vinden en het zich dus niet goed laat meten. Hij vertelt over een vrouw in Rotterdam die voorleest aan een groep kinderen. Twintig jaar later luisteren ze niet meer naar haar verhalen, maar kennen ze de vrouw nog wel. En kunnen ze haar tot hulp zijn. Dan gaat het voor beleidsmakers niet meer over samen lezen en leren, maar over gezondheid. Voor de kinderen en de vrouw, de bewoners, is het simpelweg het leven van alledag. We kunnen door een onderwijslens, een veiligheidslens of een zorglens kijken, maar voor hen is het ‘het leven’. Beleidsonderzoek wordt gedaan op basis van de indeling van beleidsdomeinen.

Geen bouwwerk, maar een bos

Kees laat een quote van professor Michael Marmot zien: “Gezondheidsverschillen worden niet veroorzaakt door wat dokters doen of niet doen, maar door omstandigheden waarin mensen worden geboren, leren, werken en leven.” Kees schetst een driehoek. De stevige onderkant ervan is het samenleven. De piek in de driehoek is zorg. Hoe hoger het deel samenleven, de onderkant komt, komt, des te minder zorg is er nodig. Kees beargumenteert dat die pieken er voor alle beleidsdomeinen zijn. Doordat je ze lostrekt van elkaar, creëer je onoplosbare problemen. Het bouwen van een huis kan heel gestructureerd en logisch. Voor een boom is dat anders. En een gemeenschap is geen logisch te construeren bouwwerk, maar een bos. Het functioneert organisch, als een ecosysteem. Community builders werken vaak onzichtbaar, aan de vruchtbare bodem. Aan het wortelstelsel. Aan wat gemeenschappen zélf belangrijk vinden. En dat meten, is niet eenvoudig.

Samen doen is gezond

Kees bespreekt positieve feedbackloops. Er gebeurt iets positiefs, mensen haken daardoor aan, waardoor van het een het ander komt. Positieve reuring is besmettelijk. Kees laat zien hoe je de ontwikkeling van het aantal verbindingen in een wijk inzichtelijk kunt maken met Google Maps. Er is een vraag. Hoe definieer je zo’n verbinding of relatie nou? En hoe houd je bij of deze blijft bestaan? Dat is het werk van community builders. Ze zijn dichtbij om een vinger aan de pols houden. Ze plegen zo onderhoud aan het samenleven. In iedere straat of flat is er potentie voor positieve reuring. Kees kan het niet staven, maar het voelt als een wetmatigheid. Heeft iedereen in Nederland tijd om mee te doen? Kees geeft aan dat je ook zonder heel actief te zijn, het effect van community building merkt. Je ervaart ‘a sense of belonging’: het gevoel erbij te horen. Dat krijg je al als je een paar keer per dag naar iemand kan zwaaien. Dat laten hersenscans zien. Het verlaagt stress, verhoogt levensgeluk en die effecten zijn blijvend. Als mensen elkaar anders bejegenen, merkt iedereen dat. En daarvoor moet je buurt wakker kussen. Iemand uit het reisgezelschap heeft hier een aansprekend voorbeeld bij. Een drumklasje voor ouderen. Na tien keer drummen lieten onderzoeken 50% gezondheidsverbetering en 40% stressreductie zien. Een effect dat er twee maanden na de laatste drumles nog steeds was.

Digitale groepen

In Singapore worden communities ook online gebouwd. Hoe kom je van daaruit naar het fysieke? In Kerkelanden zien mensen elkaar niet alleen fysiek, maar ontstaan er vaak ook appgroepen. Bijvoorbeeld rondom veiligheid. Digitale en analoge gemeenschappen bestaan naast elkaar. Een nieuw vraag: hoe verhouden allerlei gemeenschappen die ontstaan zich tot elkaar? Het is heel interessant om de relatie tussen locatie en community te bestuderen. Soms bestaan gemeenschappen maar kort en gaan twee of drie leden weer met iets anders verder. Zo gaat dat. Daarnaast is het ethos in gemeenschappen van belang. Dat je leert dat je niet alleen goed doet voor jezelf, maar voor de hele gemeenschap. Digitale groepen helpen daarbij. Als je iets nodig hebt, deel je dat en binnen een uur helpt een buur je er aan. Het vergroot wat je allemaal met elkaar kunt delen. Maar je moet zuinig op elkaar zijn. En conflicten niet via What’s app proberen op te lossen.    

Het belang van verhalen

Na de pauze gaat het over het onderzoek. Anton vertelt over de onderzoekslens. Waarbij de vragen zijn: wat onderzoek je? En hoe kan onderzoek bijdragen aan gemeenschapskracht? Dienstbaar zijn aan de gemeenschap? Er zijn drie sporen: 1. door de lens kijken naar wijkverhalen, 2. uitwisselen tijdens verhalensessies, 3. participatief actieonderzoek op specifieke thema’s waar bewoners zich rondom heen organiseren. Zoals groen en veiligheid. Er zijn drie redelijk eenvoudige onderzoeksinstrumenten waarmee je mét bewoners onderzoek kunt doen: de Straatbarometer, de Lief- en Leedmeter en Van het een komt het ander-ketens. Onderzoeker Astrid Huijgen licht toe dat de onderzoekers ook verbonden zijn met de gemeenschap. Het is zoeken naar welke rol ze precies hebben. De ontdekkingsreis de komende jaren is wat onderzoek kan bijdragen aan het versterken van gemeenschapskracht. En om de impact van ABCD in beeld te brengen. De onderzoekers proberen te beschrijven waarom iets nou op een bepaalde plek, onder bepaalde omstandigheden werkt. De vraag die vanuit de Singaporese delegatie komt, is of je iets vervolgens wel kunt optillen en verplaatsen naar een ander situatie. Dat is lastig omdat gemeenschappen zich organisch vormen. Overal is het weer anders, iedere gemeenschap moet je weer opnieuw ontdekken. Misschien dat het door veel onderzoek wél lukt om algemene principes te vinden. Daarom zijn verhalen ook zo belangrijk. Daarin kun je de complexiteit van een gemeenschap beter kwijt.

Onderzoek mét gemeenschappen

Astrid en Anton zoeken ook contact met statistici van de gemeente. Om samen te kijken naar wat er nu gemeten wordt en wat er nog meer zou kunnen. Gegevens die iets zeggen over hoe mensen met elkaar verbonden zijn. Saamhorigheid en gemeenschapskracht wordt nog niet gemeten. Het gaat over input-output collecties. ‘Je stopt ergens een interventie in, en dan komt er iets uit’. Maar er staat een blackbox tussenin waarin van alles gebeurt. En wat daar gebeurt, wil je in beeld krijgen. Kees vertelt over de Straatbarometer en de Lief- en leedmeter. Niet perse instrumenten voor wetenschappelijk onderzoek, maar heel bruikbaar om onderzoek mét gemeenschappen te kunnen doen. Met vragen die wel gaan over gemeenschapskracht en verbondenheid. Op een leuke manier. Niet als onderdeel van een groot gemeentelijk onderzoek. Dan doen mensen niet graag mee. De Straatbarometer meet de situatie in het verleden, heden en de verwachtingen voor de toekomst. Het gaat over contacten, de onderlinge hulpbereidheid en hoe positief er over de wijk werd en wordt gedacht. Zo kun je laten zien hoe een en ander zich in de wijk ontwikkelt. De kennis blijft daarbij van de gemeenschap. Anders blijf je maar ophalen en staat de kennis niet in dienst van de gemeenschap.

Er blijven genoeg vragen

Anton beantwoordt nog wat vragen. Relaties in de wijk groeien, verbindingen worden sterker en die gaan verder in en buiten de wijk. De redenen waarom mensen zich met elkaar verbinden zijn verschillend. Dat inzicht is er al wel. Maar vragen zijn er nog genoeg. Hoe ontwikkelen we ons als onderzoekers? Wat willen en kunnen we leren? Wat moeten we daarvoor doen? Hoe doen we dat op een niet-traditionele manier, op de best mogelijke manier. Een andere vraag is hoe je mensen die aarzelend in het wijkgebeuren staan, erbij betrekt. Dat is iets wat de onderzoekers ook in beeld proberen te brengen. Wie doen er mee, wie niet? Waarom? Nog een vraag vanuit het reisgezelschap: hoe kom je van verhalen naar data? Door met een specifieke blik te kijken naar wat er gebeurt. En door verhalen met elkaar uit te diepen. We missen vast ook van alles in de buurt. Er gebeurt hier veel. Een optie is nog om een beperkt aantal verhalen of gemeenschappen onder de loep te nemen. En die enorm intensief te volgen. Vorig jaar stond vooral in het teken van positie kiezen als onderzoeker. Om ABCD en de gemeenschap niet te schaden, niet in de weg te zitten. Het blijft een avontuur en het is niet gemakkelijk.

Onafhankelijk werken

Het gaat nog over de financiering van het project. De gemeente Hilversum draagt bij, maar het leeuwendeel wordt door het Mr. Roelsefonds voor rekening genomen. Daardoor kan het team in Kerkelanden onafhankelijk werken. Anders was het niet ondenkbaar geweest dat we hadden moeten onderzoeken hoe gemeenschapskracht de zorg geld kan besparen. Overheden vragen informatie voor beleidssilo’s. En dat is niet wat wij verzamelen. Na deze afsluiting gaan we samen lunchen. Uiteraard klaargemaakt door Maryam! Voordat het Singaporese gezelschap weer doorgaat op hun kennisreis. Met Londen als volgende stop.