“Door de Straatbarometer is de sfeer op ons hofje alleen maar beter geworden!”

Centia Vogels zag op een ochtend een aantal buurtgenoten rond een bakfiets staan. Pal voor haar deur. Ze besloot te vragen wat ze daar deden. ‘Gewoon gezellig samen koffie drinken.’ Centia haakte aan, wat een reeks van gebeurtenissen in gang zette. Of zoals ze het zelf graag zegt: van het een komt het ander. Ze kookte soep voor buurtgenoten, maakte zich hard voor een hondenspeelveld, startte een hondenknuffelgroep voor senioren in Nieuw Kerkelanden, trok de stichting ONS Kerkelanden mee van de grond en is bezig met een gespreksgroep. Maar daarvoor zitten we niet aan haar eettafel vanochtend. Ze is met straatgenoot Inge de buurt in geweest met de Straatbarometer. En daar willen we meer over weten

‘We’, want onderzoeker Kees Fortuin, inmiddels een bekend gezicht in de buurt, is ook van de partij. En dat is niet toevallig. Hij bedacht ooit de Straatbarometer. Het is een instrument waarmee bewoners zélf onderzoek kunnen doen naar de stand van hun buurtleven. Niet door data en behoeften te verzamelen, maar door in gesprek te gaan met buurtgenoten aan de hand van zes stellingen. Over de resultaten volgt een gesprek met de hele buurt. Zodat er nieuwe ontmoetingen tot stand komen en samen het goede gesprek over de buurt wordt gevoerd. Dan kan namelijk… van het een het ander komen.

Gelukkig worden

Haar hondje Harry, inmiddels een Bekende Kerkelander, is even een paar uurtjes bij een nicht van Centia. Zodat we rustig kunnen praten. Al snel komen we tot de conclusie dat je van niks doen, niet gelukkig wordt. In Hilversum Zuidwest worden veel mensen juist gelukkig van samen dingen doen. Het brengt je in contact met anderen, geeft voldoening, je ontdekt nieuwe kwaliteiten bij jezelf of kan kwaliteiten inzetten waarover je al beschikt. “En je ziet het resultaat van wat je doet,” vult Centia aan. Zoals met de Straatbarometer. “Het zat op ons hofje al best goed met de sfeer, door de Buurtbakkies, maar door de Straatbarometer is het er alleen maar beter op geworden. Je leert elkaar kennen in de gesprekken die je voert. Je ontdekt dingen die je niet wist. Een man die nooit meedeed in de buurt, bleek daar zijn redenen voor te hebben. Nu we die weten, kunnen we daar wat mee. Inmiddels is hij al aangehaakt bij een Buurtbakkie.”

Contact met de politiek gezocht

Door de Straatbarometer kwamen gesprekken op gang. Centia: “En dat leverde vervolgvragen op. Zo hebben we de vraag naar de ervaren hulpbereidheid in de buurt concreet gemaakt. Door te vragen: aan wie vraag jij hulp? Voorheen deden mensen dat niet vaak in de buurt, maar door de Buurtbakkies is dat veranderd. Hierdoor is het ijs gebroken en zijn relaties opgebouwd. Maar er komen ook praktische zaken op tafel. Is er bijvoorbeeld een verkeersbord nodig dat zegt dat je hier stapvoets moet rijden? Over dat laatste punt hebben we zelf contact gezocht met de politiek, omdat er subsidies zijn voor voetgangers. We willen tot een herzieningsverzoek voor ons hofje komen. Wij hebben daar ook zelf ideeën voor uitgewerkt, waar niemand last van heeft.”

Naar een WIJKultuur

Centia vertelt het alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En: misschien is dat inmiddels ook wel zo in Zuidwest. Waar bewoners het 3,5 jaar geleden nog prachtig vonden dat ze samen iets gingen doen, is er nu een Zuidwesterse WIJKultuur ontstaan. Waarbij bewoners naar elkaar omkijken. Initiatief nemen en elkaars initiatieven steunen. En niet schromen om de weg naar het gemeentehuis of organisaties te bewandelen als ze iets voor elkaar willen krijgen. Of vinden dat er iets in de buurt moet worden aangepakt. Centia: “Op 3 juni jl. hebben we een bijeenkomst georganiseerd waarbij wijkprofessionals, ambtenaren, gemeenteraadsleden en bewoners konden ervaren wat er in de buurt allemaal is ontstaan. Die middag smaakte naar meer. Daarom wil ik graag een buurtinitiatieven-markt organiseren. Zodat iedereen, in de volle breedte, kan zien wat er allemaal is ontstaan. En er kruisbestuiving plaatsvindt tussen alle initiatieven. Als je elkaar ontmoet, is dat wat er gebeurt. Kees heeft het altijd over de buurt als ecosysteem. In de wijk zie ik het als het planten van een heleboel bomen. Die worden groter en groter, ze krijgen kronen en die gaan door elkaar heen groeien! Om dat samen te kunnen zien, wil ik die markt graag organiseren.

Lief & Leed-straat

Bij Centia buitelen de ideeën niet alleen over elkaar heen, ze gaat er vervolgens ook mee aan de slag. Steeds weer met andere buurtgenoten. “Bij de Straatbarometer hebben Inge en ik 35 gesprekken gevoerd, op 39 adressen. We hebben dus bijna ons hele buurtje gesproken. Aanbellen werkte niet zo goed, afspraken maken wel. Dan namen mensen ook echt de tijd! Veel straatgenoten kenden we wel, maar lang niet iedereen. Zo hebben we ook wat nieuwe bewoners ontmoet en welkom kunnen heten. Het mooie is nu dat mensen ons benaderen. Als ze ergens mee zitten, maar ook als ze een idee hebben. Voorheen bleef dat bij een idee, nu wordt het opgepakt en doorgezet. Omdat we samen hebben ervaren dat we dingen voor elkaar kunnen krijgen. De Straatbarometer heeft hierbij echt goed gewerkt. Inge en ik voelen ons nu veel vrijer om ergens aan te bellen, als er wat is. Een volgend idee is dat we een Lief & Leed-straat willen worden.” De ronde met de Straatbarometer heeft er ook voor gezorgd dat Buurtbakkies steeds drukker worden bezocht. “Je moet ze erbij sleuren en je ziet het gebeuren,” lacht Centia. Er komen nu zo’n 15 tot 20 mensen per keer. Op 35 adressen!”

Ongedwongen gesprekken, zonder verwijt

Ook de relatie met jongeren beweegt in de goede richting. “Aan de voorkant van het Spinozahof is er avond-Buurtbakkie georganiseerd, met jongeren erbij. Daar zijn we met een aantal bewoners van onze kant van het hofje bij aangesloten. En dat is prima verlopen. Ik keek een van die jongens aan die regelmatig voor problemen zorgt. “We kennen elkaar wel, hè,” zei ik tegen hem. Hij knikte. Vervolgens voerden we gewoon een gesprekje van niks! Dan breekt het ijs. Als ik daar nu rijd of loop, zwaait hij naar me. Wat hielp, is dat het contact ongedwongen was. Het ging niet over wat we van elkaar vinden en wat we anders willen in gedrag. Maar dat heeft ons contact opengebroken. Een vrouw met de nodige vooroordelen tegen buitenlandse mensen, kreeg ik ook mee naar dat Bakkie. Ze zat honderduit te praten met een paar Marokkaanse moeders. We dronken Marokkaanse thee en aten Hollandse hapjes. Ongedwongen, op een vriendelijke manier. Dat werkt! We willen zo’n Bakkie nu ook organiseren aan onze kant van het hofje. Het heeft geen zin om jongeren met ‘foei, foei, foei’ de les te lezen. Ik heb op mijn veertiende ook de Solex van mijn moeder meegenomen om ermee te crossen met vriendinnen! Het leidt tot wederzijds begrip als je dat soort dingen gewoon toegeeft.”

Gewoon doen!

Centia wil nog een voorbeeld delen. “Marie-José werkt bij Nieuw Kerkelanden. Daar wil ze al een tijd iets doen voor senioren die daar wonen en geen hond meer hebben of kunnen hebben. Toen dacht ik: we gaan gewoon wat doen! Samen hebben we een hondenknuffel-middag georganiseerd. Met vier hondjes, hun baasjes die ik uit de buurt ken, en bewoners van Nieuw Kerkelanden. De honden stonden centraal, ze werden geknuffeld en geaaid. Het was prachtig, met mooie verhalen tussen mensen, en over honden, en vooral een hele gezellige sfeer. En zo heb ik Marie-José weer veel beter leren kennen. Sterker nog; zo is deze activiteit ontstaan. We zijn weer teruggevraagd, dus eind van het jaar gaan we weer!”