Taal leer je op straat

Statushouders individueel ondersteunen

Annie Schalkwijk werkt al jaren als vrijwilliger bij Versa Welzijn. Ze heeft in die jaren veel projecten gedaan. Ze heeft zich ook ingezet voor andere organisaties zoals de Stichting Wielewaal en de daklozenopvang. Een veelzijdige vrijwilliger dus.

Annie: “In 2015 kregen we een grote groep asielzoekers binnen. In het Gooi werden deze mensen opgevangen in de Noodopvang Crailo, gerund door het Leger des Heils. Ik hielp hier ook mee. Het was ongeorganiseerd, we moesten het wiel nog uitvinden. Om structuur aan te brengen, hebben wij intensief de samenwerking opgezocht. Ik hielp zelf met van alles en nog wat, maar zocht ook “buddies” per asielzoeker ter ondersteuning. We hadden het redelijk op de rit, totdat het COA (Centraal Orgaan Asielzoekers) het overnam. We werden geconfronteerd met meer regels en konden minder “op de man af” ondersteunen. Deze organisatie werd opgeheven. Na wat omzwervingen kregen de asielzoekers een voorlopige verblijfsvergunning en zijn nu statushouder. Velen hebben een woning in het Gooi en zijn bezig met de inburgering. Ik heb o.a. een taalgroep met 6 jonge statushouders (tussen 20 en 35 jaar). De Crailo-groep (nieuwe Nederlanders) is veel groter dan de taalgroep en komt ongeveer 1x per maand samen in Lopes Dias.”

Taal leer je op straat

“De taal leer je niet van lessen alleen. Taallessen ondersteunen, maar taal leer je door te oefenen. Taal leer je op je werk, door te kletsen met je vrienden en op straat. Ook kwam ik erachter dat de statushouders heel graag een bijdrage wilden leveren aan de maatschappij. Vrijwilligerswerk leek mij een mooie oplossing. Zo konden ze oefenen met de taal en tegelijkertijd een bijdrage leveren. Maar welke organisaties wilden werken met vrijwilligers, die de taal niet spreken? Welke organisaties wilden investeren in vrijwilligers om ze te laten oefenen met taal?  Ik zocht hierover medio 2017 contact met Cis van Deurzen (coördinator Vrijwilligerscentrale Versa Welzijn). Hij verwees mij door naar Christine Lie (vrijwilliger bij de Vrijwilligerscentrale/vacaturebank).”

Cis: “Voor dit soort vragen moet je echt het juiste inschattingsvermogen hebben. Je moet organisaties kunnen inschatten, het werkveld van vrijwilligerswerk kennen en vat kunnen krijgen op de talenten van de statushouders. Onze vrijwilligster Christine was hier de juiste persoon voor. Ze heeft ook echt goed werk geleverd”.

De juiste match

Christine: “Op de vacaturebank helpen we vaker mensen die niet (goed) weten wat ze willen of kunnen. Wij gaan eerst het gesprek met ze aan. Vervolgens gaan we samen op http://www.versavrijwilligerscentrale.nlzoeken naar een geschikte vacature.  Indien nodig bellen we een organisatie op om te overleggen en soms is er binnen die organisatie ruimte om een vrijwilligersfunctie te creëren rondom de kwaliteiten van een vrijwilliger.

In november 2017 kwam Annie langs met 6 jonge statushouders. Zij waren alle zes heel erg gemotiveerd om vrijwilligerswerk te doen. Ik heb van tevoren een aantal organisaties gebeld en gevraagd of ze bereid waren te werken met vrijwilligers die een andere cultuur hebben, het nodige hebben meegemaakt en de taal nog niet goed beheersen. Daarnaast moest het mes aan twee kanten snijden. De functie moet ook ruimte bieden om te oefenen met de Nederlandse taal. Gelukkig zijn er voldoende leuke vacatures, die hieraan voldoen.”

Cis: “Alhoewel de juiste match was gevonden en er dus zeker organisaties zijn die (graag) met vrijwilligers werken die de taal niet goed beheersen, zijn deze statushouders momenteel niet (meer) aan het werk. Er spelen allerlei andere prioriteiten. Het is zo kwetsbaar wat we doen en dat is jammer. Als een statushouder vrijwilligerswerk heeft, zou dit ook prioriteit moeten zijn. Dat is nu niet zo. De regels en (taal-)lessen zijn prioriteit.”

Niet gelukt, wel succesvol

Annie: “Ik heb nog steeds contact met deze 6 statushouders. En als ze iets nodig hebben, dan ben ik er. Ik help ze niet, ik ondersteun ze. Ik sta naast ze. Dat is een wezenlijk verschil met iemand helpen. Ik regel de zaken niet voor ze, maar sta ze bij zodat ze dit zelf kunnen doen. Dat is een werkwijze die Versa Welzijn ook echt onderschrijft.
Deze statushouders zitten in een fase, waarin ze ontdekken wat ze willen met hun leven. Het contact met de Vrijwilligerscentrale is een tussenstap geweest, die zeker waardevol is gebleken. Er is een proces bij deze jonge mensen in gang gezet. Ze zijn gaan nadenken over opleiding en werk, over hun toekomst. En ze hebben nu beter voor ogen welk beroep bij hen past, wat ze moeten doen om daar te komen en hoe het werkveld in Nederland eruitziet.”

Annie Schalkwijk (l) en
Christine Lie (r)

 banner-blauw-vervolgpagina-170x200